Hoogstwaarschijnlijk komt er vanaf 1 januari 2016 een nieuw soort pensioenfonds bij, het algemeen pensioenfonds (APF). Dit fonds kan meerdere pensioenregelingen tegelijk uitvoeren, bijvoorbeeld van kleine pensioenfondsen die in een APF opgaan. De Tweede Kamer ging op 18 juni 2015 akkoord met het APF. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer.


apf

Een APF zit niet vast aan een bepaalde sector en kan pensioenregelingen uitvoeren die nu nog zijn ondergebracht bij pensioenfondsen en verzekeraars. Ook kan het nieuwe pensioenregelingen uitvoeren. Uitgezonderd zijn pensioenregelingen van verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen. Deze omzetten naar een APF zou marktverstorend werken. Het ministerie van Sociale Zaken onderzoekt nog hoe ze dit kan organiseren zonder marktverstoring.

Collectiviteitkringen
De uitvoering van meerdere pensioenregelingen kan zorgen voor schaalvoordelen en daarmee lagere beleggings- en uitvoeringskosten. De uitvoering gaat via collectiviteitkringen. Deze omvatten een of meerdere pensioenregelingen. Daarbij zijn de collectiviteitkringen strikt van elkaar gescheiden. Dat is nodig voor de bescherming van de pensioenrechten van pensioendeelnemers en gepensioneerden.

Een kring kan bestaan uit meerdere pensioenregelingen, bijvoorbeeld van verschillende ondernemingen. De vermogens van deze regelingen gaan dan samen in één pensioenvermogen. Hoe groter de collectiviteitkring is, hoe meer kans er is op schaalvoordelen. Binnen een APF hoeven niet alle collectiviteitkringen op dezelfde manier te zijn ingericht. Per collectiviteitkring maken het APF en sociale partners afspraken over de kwaliteit van de dienstverlening en de bijbehorende uitvoeringskosten.

Oprichten APF
Bestaande pensioenfondsen kunnen een APF oprichten, maar ook derden, zoals verzekeraars, sociale partners, vermogensbeheerders en pensioenuitvoeringsorganisaties. Daarbij gelden voor iedereen dezelfde regels voor toezicht, fiscaliteit en besturing. De oprichting door derden moet op korte termijn tot een voldoende groot aanbod van APF’s leiden. Het kabinet denkt dat tien algemene pensioenfondsen in de nabije toekomst haalbaar is. Dit zou voldoende moeten zijn, omdat een APF verschillende pensioenregelingen kan uitvoeren.

Een APF moet wel een stichting zijn en mag geen andere rechtsvorm hebben. Het kabinet wil daarmee conflicten voorkomen tussen kortetermijnbelangen van een APF met winstoogmerk en de langetermijnverplichtingen aan de deelnemers. Anders dan bij de bestaande pensioenfondsen gaat voor een APF een vergunningplicht gelden. De Nederlandsche Bank (DNB) verleent de vergunning als het aankomende APF voldoet aan eisen aan onder andere bestuur, intern toezicht, medezeggenschap en werkkapitaal. Dat laatste is nodig om de bedrijfsrisico’s te dekken.

Minder bestuurlijke lasten
Net als ‘gewone’ pensioenfondsen heeft een APF een bestuur. Het gaat om één bestuur voor de verschillende pensioenregelingen. Dat is een oplossing voor het tekort aan bestuurders en de bestuurlijke lasten van veel pensioenfondsen. Vanwege de uitvoering van meerdere pensioenregelingen moet het bestuur apart verantwoording afleggen voor de bedrijfsvoering van het APF en voor de collectiviteitkringen. Iedere collectiviteitkring heeft zijn eigen belanghebbenden- of verantwoordingsorgaan. Door de complexe uitvoering van meerdere pensioenregelingen is continu intern toezicht noodzakelijk. Een APF moet daarom een raad van toezicht hebben of een gemengd bestuur (met toezichthoudende bestuursleden).

Kleine pensioenfondsen
Het APF kan een uitkomst zijn voor kleinere pensioenfondsen, omdat die fondsen zich steeds meer willen aansluiten bij een collectief. Een belangrijke reden daarvoor is een afname van het aantal deelnemers. In een APF behouden deze pensioenfondsen hun eigen karakter, terwijl ze toch profiteren van collectieve schaalvoordelen. Behalve minder kosten kan dat ook zorgen voor een betere dienstverlening. Dat is voordelig voor deelnemers, gepensioneerden en werkgevers.

Tekst: Gabor Mooij

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail