Het is vaak even wennen, als je als vaste werknemer door je werkgever in de flexibele schil van het bedrijf wordt geplaatst. Toch kan het daar aangenaam vertoeven zijn, want plotseling blijkt er wel degelijk belangstelling te zijn voor ideeën die je jarenlang tevergeefs hebt proberen te pluggen. Een voorbeeld uit de ingenieurspraktijk.


Hi_Bron - Tauw

De ingenieurswereld heeft het zwaar te verduren gehad in de crisis. Geplande bouwprojecten werden massaal uitgesteld, waardoor de vraag naar advies- en ingenieurswerk kelderde. Die tijd is nu voorbij. Maar de crisis heeft blijvende sporen achtergelaten en de ingenieursbranche voorgoed veranderd: de vaste kern van werknemers werd kleiner en de flexibele schil groter.

Werknemers voelen zich vaak aanvankelijk wat onzeker als hun leidinggevende ze een plek toebedeelt in de flexibele schil, zegt Timo Bralts, directeur van VIAD, een jong ingenieursbemiddelingsbureau dat opdrachtgevers en ingenieurs met elkaar in contact brengt. Die onzekerheid ebt echter weg als ze zien dat hun nieuwe positie ook nieuwe mogelijkheden biedt. “Veel werknemers lopen binnen hun bedrijf tegen muren op. Bureaucratie, het eindeloos volgen van de bestaande regels, kan verstikkend werken. Een kijkje in de keuken van een ander bedrijf kan dan verfrissend zijn”, stelt hij. “Soms is het zelfs mogelijk om eindelijk eens je eigen ideeën ten uitvoer te brengen.”

Een voorbeeld? Bralts: “Een omgevingsjurist die zich ineens bewust werd van zijn kansen op QHSE-afdelingen [Quality, Safety, Health, Environment, red.] bij middelgrote bedrijven. Bij ondernemingen als Shell zijn die functies doorgaans wel goed ingevuld, maar de wat kleinere bedrijven hebben hier nog een achterstand in te halen.” Deel uitmaken van de flexibele schil is, kortom, een verrijking. “Het vergroot je werkvreugde.”

Daar kan Hans Westerhof, afdelingshoofd bij ingenieursbureau Tauw zich in vinden. “Veel werknemers willen meer ondernemerschap tonen, maar lopen vast in bestaande structuren. Dat frustreert enorm. Je kan ze dan beter plaatsen in een eenheid die initiatief juist faciliteert, mensen de ruimte geeft.” Werknemers hebben de structuur nodig die een vaste baan bij een bedrijf hen biedt, zegt Westerhof. Maar evenzogoed willen de werknemers van tegenwoordig zich kunnen ontplooien. “Als je die behoeftes veronachtzaamt, als je het maar laat sudderen, dan zul je zien dat de motivatie terugloopt en het ziekteverzuim toeneemt.”

Tauw is nadrukkelijk bezig zich om te vormen tot een flexibel bedrijf waar werknemers zowel aan eigen projecten kunnen werken als zich kunnen laten detacheren bij andere bedrijven. Het detacheringsplatform van Viad is voor Tauw een van de kanalen om dit voor elkaar te krijgen. “Iemand die twee jaar gedetacheerd is geweest en weer terugkomt bij Tauw neemt al zijn ervaringen bij die externe opdrachtgever mee. En daar worden zowel de werknemer als Tauw beter van.”

Ook afdelingen die wat minder goed draaien, bijvoorbeeld omdat de markt voor bepaald ingenieurswerk opdroogt, kunnen baat hebben bij flexibiliteit. Werknemers van zulke afdelingen zullen flexibiliteit wat vaker als bedreiging kunnen ervaren; als opmaat voor ontslag zelfs. Van ontslag is echter geen sprake, stelt Westerhof, “maar iemand die dertig jaar aan rioolwaterzuiveringsinstallaties heeft gewerkt denkt vaak dat hij niets anders kan. Als je hem dan voorhoudt dat hij in de basis werktuigbouwkundige is en dus veel meer moet kunnen, gaat er vaak een wereld voor hem open. Dan gaat hij nieuwe kansen zien.”

Bron: TAUW

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail